Opleiding ‘Werk aan de lange teugel’

Naast de reguliere opleiding biedt de NCSAH vanaf 2016 ook een opleiding aan voor ruiters die zich willen specialiseren in het werk aan de lange teugel of voor mensen die niet rijden, maar wel vanaf de grond paarden willen dresseren.
Naast lessen werk aan de lange teugel krijgt de student lessen in longeren en werk aan de hand. De student krijgt net als in de reguliere opleiding een breed vakkenpakket aangeboden waar onder andere veel aandacht wordt besteed aan anatomie en biomechanica.

Werk aan de lange teugel

Is een vorm van dressuur waarbij men naast/achter het paard loopt en vanuit die positie het paard alle oefeningen tot en met Grandprix laat uitvoeren met behulp van enkel teugel, stem en zweep aanwijzingen.
Het is een kunstvorm uit de klassieke rijkunst. Het paard wordt meestal eerst onder het zadel en aan de hand tot een bepaald niveau gebracht. Wanneer dit bevestigd is, worden dezelfde oefeningen gedresseerd aan de lange teugel. Er zijn echter uitzonderingen van getalenteerde trainers en paarden die het hoogste niveau bereikt hebben zonder dat het paard onder het zadel is gedresseerd.

Ultieme dans

Bij het werk aan de lange teugel is wederzijds vertrouwen en begrip een must. Zonder vertrouwen en begrip is dit werk hoogst gevaarlijk. Men loopt op de meest kwetsbare plek bij het paard.
Omdat de ruiter het paard niet kan dwingen iets te doen, moet het paard het echt ‘willen’ doen voor de ruiter. Het paard loopt voorop en de ruiter leidt. Wanneer de harmonie er is, is het een ware dans waarbij het paard reageert op de lichaamshouding en positie van de ruiter. De ruiter reageert op de lichaamshouding en manier van lopen van het paard. Het paard wil het doen voor de ruiter.

Rijtechnisch

Bij het werk aan de lange teugel gelden dezelfde rijtechnische aspecten als bij werk onder het zadel. Het paard moet voldoende impuls hebben, nagevelijk zijn, aan de hulpen zijn en correcte lengte- en lateraalbuiging kunnen maken.
Omdat de ruiter het moet kunnen bijlopen, zonder te rennen, dient het paard sterk en lang verzameld te kunnen lopen. Dit vereist kracht en uithoudingsvermogen. Een lange training vooraf dus, voordat het paard in staat is correct aan de lange teugel te gaan.

Verzameld en voorwaarts

Omdat het paard aan de lange teugel eigenlijk alleen maar verzameld kan lopen is het van belang het paard naast deze training ook andere vormen van training aan te bieden. Wanneer men het paard niet rijdt, dan is het noodzakelijk om het paard ook regelmatig te longeren. Het paard moet ook in een voorwaarts tempo getraind worden om de verzameling aan de lange teugel niet te laten vervallen in een trage manier van gaan zonder impuls.

Verschillende stijlen

Werk aan de lange lijnen is iets anders dan werk aan de lange teugel. Werk aan de lange lijnen is een methode die wordt gebruikt bij het trainen van tuigpaarden. De lijnen lopen door een (meestal hoog) oog van de singel. De ruiter loopt er een eind achter en het paard wordt vooral voorwaarts getraind, waarbij de trainer ook rent.

Werk aan de lange teugel is op te delen in twee stromingen:
• De franse stijl
• De Italiaanse / Weense stijl

De Franse stijl

Is een stijl waarbij een singel gebruikt wordt waardoor de teugels lopen. Het lijkt op werk aan de lange lijnen. De trainer loopt echter dichter op het paard en er wordt niet alleen voorwaarts getraind, maar ook verzameld. Op deze manier worden alle zijgangen en hoge school oefeningen getraind. De positie van de handen en van de ruiter, waar hij staat, verschillen van de Italiaanse stijl. Dit is vanwege de singel en de afstand ten opzichte van het paard. Deze stijl is nog te zien in de Franse rijschool in Saumur, het Cadre Noir. Op deze wijze laten ze daar ook paarden hindernissen springen.

De Italiaanse / Weense stijl

Is de stijl die men tegenwoordig nog kan aanschouwen in de Spaanse Rijschool uit Wenen. Dit is de stijl die van oorsprong werd gebruikt in de Italiaanse school. Er wordt geen singel gebruikt, waardoor het contact veel directer is en het verbinding vrijer kan zijn. De ruiter kan zelf ook veel vrijer werken met verschillende posities van zijn handen en daarmee de teugels op het paard omdat de teugels niet een de singel vast zitten.
De ruiter loopt in deze stijl tegen het paard aan. Het zij achter het paard of naast de achterbenen. De hoofdhals houding, buiging en stelling kunnen veel preciezer gecontroleerd worden. In deze stijl rent de ruiter nooit, maar blijft altijd in looppas.